Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
mr. D.E.M. Lauran) als toehoorder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak staat de benoeming van de bewindvoerder en mentor van een geestelijk beperkte rechthebbende centraal. De kantonrechter had eerder [geïntimeerde 2] benoemd, maar de verzoekster, de dochter van de rechthebbende, ging hiertegen in hoger beroep en verzocht zelf benoemd te worden.
De kern van het geschil betreft de vraag of de wettelijke voorkeur voor de dochter moet worden gevolgd, ondanks een testamentaire onterving uit 2012 en een lange periode van contactbreuk. Het hof constateert dat de rechthebbende door zijn psychische gesteldheid geen uitdrukkelijke voorkeur meer kan uiten en dat de relatie tussen vader en dochter sinds 2013 is verbeterd.
Het hof weegt de omstandigheden en oordeelt dat er geen gegronde redenen zijn om af te wijken van de wettelijke voorkeur. De beschikking van de kantonrechter wordt vernietigd en de dochter wordt benoemd tot bewindvoerder en mentor. De benoeming gaat in per 22 juli 2020, met een rustige overdracht en verantwoording van de vorige bewindvoerder.
Uitkomst: De dochter wordt benoemd tot bewindvoerder en mentor van de rechthebbende met ingang van 22 juli 2020.