ECLI:NL:GHDHA:2020:1208
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.M.G. Visser
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aansprakelijkstelling bestuurder voor naheffingsaanslagen loonheffingen
Belanghebbende was statutair bestuurder van twee vennootschappen die naheffingsaanslagen in loonheffingen niet betaalden en failliet gingen. Na faillissement stelde de ontvanger belanghebbende aansprakelijk op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990 voor deze naheffingsaanslagen.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende terecht aansprakelijk was gesteld wegens niet tijdige melding van betalingsonmacht en onbehoorlijk bestuur, en wees vergoeding van immateriële schade toe vanwege overschrijding redelijke termijn. Belanghebbende ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de aansprakelijkstelling door de ontvanger niet kan voortduren omdat de curator met goedkeuring van de rechter-commissaris een vaststellingsovereenkomst sloot die finale kwijting verleende. De curator had de aansprakelijkheidsprocedure niet voortgezet. De ontvanger kon daarom niet nogmaals aansprakelijkheid stellen. Het hof vernietigde de aansprakelijkstelling en veroordeelde de ontvanger in proceskosten en griffierecht. De vergoeding van immateriële schade bleef in stand.
Uitkomst: Het hof vernietigt de aansprakelijkstelling van belanghebbende en veroordeelt de ontvanger in proceskosten en griffierecht.