ECLI:NL:GHDHA:2020:1124
Gerechtshof Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging vonnis ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand
Appellant huurt een woning van geïntimeerden en heeft een huurachterstand opgebouwd, waarop geïntimeerden ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van achterstallige huur vorderden. De kantonrechter wees deze vorderingen toe en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Appellant ging in hoger beroep en vorderde tevens schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad. Hij stelde dat hij en zijn minderjarige dochter emotioneel en sociaal sterk gehecht zijn aan de woning en dat zij na ontruiming dakloos zouden worden, mede vanwege de hoge huur van alternatieve woningen en de coronamaatregelen die samenwoning elders bemoeilijken.
Het hof overwoog dat het uitgangspunt is dat vonnissen uitvoerbaar zijn tijdens hoger beroep, tenzij zwaarwegende belangen van de veroordeelde dit verhinderen. Gezien het ontbreken van een gemotiveerde uitvoerbaarverklaring bij voorraad door de kantonrechter, beoordeelde het hof het incident aan de hand van deze maatstaven.
Het hof stelde vast dat appellant een minimaal inkomen heeft en niet in staat is hogere woonlasten te dragen, waardoor het risico op dakloosheid reëel is. Dit belang weegt zwaar, zeker gezien de minderjarige dochter. Het belang van geïntimeerden bij uitvoering van het vonnis werd erkend, maar het hof vond dat dit niet opwoog tegen het belang van appellant.
Daarom schorst het hof de tenuitvoerlegging van het vonnis totdat in de hoofdzaak is beslist. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden en de hoofdzaak wordt verwezen voor memorie van antwoord.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wordt geschorst totdat in de hoofdzaak is beslist.