Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 30 april 2019
[appellant],
[geïntimeerde], h.o.d.n. [handelsnaam],
Het verloop van het geding
De feiten en het geschil in eerste aanleg
in conventiede veroordeling van [appellant] gevorderd tot betaling van de hiervoor genoemde facturen van in totaal € 11.090,55, vermeerderd met wettelijke rente en met een bedrag van € 885,86 aan buitengerechtelijke incassokosten.
in reconventiegevorderd voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens hem gehandeld heeft, [geïntimeerde] te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding op te maken bij staat, en [geïntimeerde] te veroordelen tot afgifte van facturen.
De beoordeling van het hoger beroep
- het meermalen te laat komen voor aangeboden ritten, vooral in de ochtenduren, waardoor in een aantal gevallen klanten door een andere chauffeur moesten worden gereden,
- het rijden zonder werkende Boordcomputer Taxi (BCT).
Een en ander leidt ertoe dat [appellant] aan [geïntimeerde] verschuldigd is een bedrag van
€ 6.117,20 (te weten € 5.997,20 plus € 120,00).