De verdachte, voorzitter en penningmeester van een hockeyvereniging, heeft gedurende anderhalf jaar via een bankpas geldbedragen van de rekening van de vereniging opgenomen en zich toegeëigend. Het totaalbedrag bedroeg circa €221.714,50. De verduistering diende om zijn gokverslaving te financieren, wat het vertrouwen van de leden ernstig schaadde en de vereniging financieel benadeelde.
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. In hoger beroep bevestigde het hof de bewezenverklaring en de vordering van de benadeelde partij, maar wijzigde de straf tot 9 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het hof hield rekening met het positieve reclasseringsadvies en de terugbetaling van verduisterde bedragen.
De verdediging had een taakstraf en geheel voorwaardelijke straf bepleit, mede vanwege de arbeidssituatie van de verdachte. Het hof vond een taakstraf onvoldoende gezien de ernst van de feiten. Het vonnis werd op strafrechtelijke punten vernietigd en opnieuw vastgesteld, waarbij de rest van het vonnis werd bevestigd.