ECLI:NL:GHDHA:2019:679
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- J.A. van Kempen
- C.M. Warnaar
- K. van Barneveld-Peters
- Rechtspraak.nl
Toestemming verleend voor verhuizing moeder met minderjarige ondanks bezwaren vader
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de moeder vervangende toestemming moest krijgen om met haar minderjarige kind te verhuizen naar haar woonplaats, tegen de wil van de vader in. De ouders oefenden gezamenlijk het gezag uit over het kind, geboren in 2016. De rechtbank had het verzoek van de moeder tot verhuizing afgewezen, waarna zij in hoger beroep ging.
De moeder stelde dat haar centrum van belangen altijd in haar woonplaats lag en dat de verhuizing in het belang van het kind was. De vader betwistte dit en voerde aan dat de afstand de omgang zou belemmeren en dat de moeder geen passende woonruimte in zijn omgeving kon vinden. Tijdens de zitting bleek dat de moeder in een kwetsbare psychische positie verkeerde en dat terugkeer naar de woonplaats van de vader voor haar geen perspectief bood.
Het hof overwoog dat het belang van het kind voorop staat en dat de moeder als verzorgende ouder een kwetsbare positie heeft die weerslag kan hebben op het welzijn van het kind. De verhuizing naar de moeder haar woonplaats werd als logisch en begrijpelijk gezien, mede omdat de moeder daar een sociaal vangnet heeft en perspectief op werk. Het hof verleende daarom alsnog de vervangende toestemming voor verhuizing en vernietigde het eerdere vonnis voor zover het verzoek was afgewezen. De behandeling van de overige geschilpunten werd aangehouden voor mediation.
Uitkomst: Het hof verleent de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige te verhuizen naar haar woonplaats.