ECLI:NL:GHDHA:2019:591
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens vluchtelingenstatus bij gebruik vals reisdocument
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens het gebruik van een vals Grieks paspoort en identiteitsbewijs bij grenscontrole in Hoek van Holland. Hij gebruikte deze documenten om naar Groot-Brittannië te reizen, met de intentie daar asiel aan te vragen.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard. Het hof baseert zich op artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag, dat bepaalt dat het vreemdelingen niet kan worden tegengeworpen dat zij niet de juiste reisformaliteiten volgen in het kader van hun vlucht.
De verdachte had verklaard dat zijn Iraanse paspoort was ingenomen en dat hij de vervalste documenten in Nederland had gekocht. Zijn voornemen was om in Groot-Brittannië asiel aan te vragen. Het hof volgt de Hoge Raad in de lijn dat de bescherming van artikel 31 Vluchtelingenverdrag Pro niet wordt beperkt door het feit dat de asielzoeker zich niet onverwijld meldt of geen asielaanvraag doet.
Daarom is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte verklaard, waarmee het vonnis van de politierechter is vernietigd.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte wegens het gebruik van vervalste reisdocumenten in het kader van zijn vlucht.