ECLI:NL:GHDHA:2019:3993
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak is verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, en ontzetting uit het recht statutair bestuurder te zijn voor 2 jaren. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft verdachte geen schriftelijke grieven ingediend noch mondeling bezwaren kenbaar gemaakt.
Het hof heeft ambtshalve onderzocht of er redenen zijn om de zaak inhoudelijk te behandelen, maar heeft deze niet kunnen vinden. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Hiermee wordt het vonnis van de rechtbank bevestigd zonder inhoudelijke beoordeling van de gronden van het hoger beroep.
Het arrest is uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag op 18 oktober 2019, waarbij de niet-ontvankelijkverklaring het eindresultaat is van deze procedure.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.