ECLI:NL:GHDHA:2019:3596
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- E.A. Mink
- A.A.F. Donders
- G.D. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige met Nederlandse rechtsmacht
De zaak betreft de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die in België woont maar de Nederlandse nationaliteit bezit. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van deze machtiging door de kinderrechter.
Het hof stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 12 lid 3 van Pro Brussel II-bis, omdat de minderjarige een nauwe band met Nederland heeft en alle partijen de Nederlandse rechtsmacht ondubbelzinnig hebben aanvaard. De minderjarige verblijft in een jeugdhulpaccommodatie in Nederland en ontvangt daar noodzakelijke behandeling.
De moeder betwist de noodzaak van de verlenging en wijst op het beperkte contact met de minderjarige en de moeizame samenwerking met de gecertificeerde instelling. De raad stelt dat de minderjarige kwetsbaar is, wisselende wensen uit over terugkeer en geaardheid, en dat het behandeltraject en systeemtherapie voortgezet moeten worden.
Het hof oordeelt dat de verlenging van de machtiging terecht is vanwege ernstige zorgen over mishandeling, het onveilige thuisklimaat en de noodzaak van voortzetting van hulpverlening. De machtiging wordt bekrachtigd en het verzoek van de moeder afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.