ECLI:NL:GHDHA:2019:3401
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing afvalstoffenbelasting voor kamerverhuurbedrijf met niet-zelfstandige verdiepingen
Belanghebbende is eigenaar en verhuurder van een pand bestaande uit meerdere verdiepingen in gebruik als kamerverhuurbedrijf. De gemeente legde een aanslag afvalstoffenheffing op voor het jaar 2016 over de eerste en tweede verdieping. Belanghebbende stelde dat sprake was van zes zelfstandige wooneenheden met eigen voorzieningen die afzonderlijk verhuurd worden, en betwistte de aanslag.
De rechtbank oordeelde dat het pand een kamerverhuurbedrijf betreft met onzelfstandige delen en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof stelde vast dat de eerste en tweede verdieping niet zelfstandig afsluitbaar zijn en de eerste verdieping geen keuken heeft, waardoor deze niet als zelfstandige objecten kunnen worden beschouwd. De derde verdieping is wel zelfstandig en valt buiten de aanslag.
Het hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de zes huisnummers feitelijk niet gerealiseerd zijn en de gebruikersvergunning is ingetrokken. De heffingsambtenaar heeft de aanslag terecht opgelegd aan belanghebbende als gebruiker van het perceel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de afvalstoffenheffing terecht is opgelegd over de eerste en tweede verdieping als één perceel en verklaart het hoger beroep ongegrond.