ECLI:NL:HR:2003:AO0652
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanslagen afvalstoffenheffing en rioolrecht gemeente Borne
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 twee gecombineerde aanslagen opgelegd voor afvalstoffenheffing en rioolrecht door de gemeente Borne. Na bezwaar handhaafde de gemeente deze aanslagen. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De kern van het geschil betrof de uitleg van de Wet milieubeheer en de gemeentelijke Verordening reinigingsheffingen 1999 omtrent wie als belastingplichtige kan worden aangemerkt voor de afvalstoffenheffing.
De Hoge Raad overwoog dat de wet en verordening beogen degenen die feitelijk gebruik maken van een perceel waarvoor de gemeente een inzamelplicht heeft, te belasten. Het hof had terecht geoordeeld dat belanghebbende en zijn echtgenote feitelijk gebruikers zijn van het perceel. Dit oordeel is feitelijk en kan in cassatie niet worden getoetst.
De overige klachten van belanghebbende werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet tot rechtsvragen leidden die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd.