Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.HBC Schoonhoven B.V.,
2.[geintimeerde sub 2] ,
KOOPPRIJS. VERREKENING DIVERSE BEDRAGEN
welke garantie aan deze akte zal worden gehecht”. Verder is een kettingbeding opgenomen ten aanzien van de nabetalingsverplichting, de verplichting om [appellant] het voortgezet gebruik van de grond om niet te geven en aanbiedingsverplichtingen van zowel verkoper als koper, alles op straffe van een boete van € 2,5 miljoen, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding voor zover de schade hoger is.
Zodra het bestemmingsplan onherroepelijk niet meer voor bezwaar, beroep of schorsing is
Cliënt maakt dan ook aanspraak op de nabetaling ad € 11,34 per centiare van het verkochte, zijnde totaal € 1.599.393,60.
II. Grieven inzake de door de rechtbank vastgestelde feiten” betoogt [appellant] dat het feitenrelaas deels onjuist, deels onvolledig en deels selectief is.
III. Grieven inzake het wilsgebrek, het misbruik van omstandigheden en de vordering tot opheffing van het nadeel” heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat geen sprake is van een wilsgebrek en dat [geintimeerde sub 2] geen misbruik van omstandigheden heeft gemaakt. Volgens “
IV Grieven inzake dwaling, bedrog, onrechtmatig handelen en ongerechtvaardigde verrijking” heeft de rechtbank ten onrechte geconcludeerd dat [appellant] niet heeft gedwaald, dat geen sprake is van bedrog dan wel onrechtmatig handelen dan wel dat [geintimeerde sub 2] respectievelijk HBC zich ongerechtvaardigd heeft verrijkt dan wel dat er geen aanleiding is om toepassing te geven aan de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.
aannemelijkis dat [geintimeerde sub 2] op de hoogte was van zijn ziekte en voorts dat [geintimeerde sub 2] dat in elk geval heeft bemerkt en kunnen vaststellen in de periode voorafgaand aan de definitieve overeenstemming daags voor de levering op 8 februari 2002. [appellant] is topfokker van hackneypaarden en ook [geintimeerde sub 2] is daar een liefhebber van, hij handelt ook in die paarden. [appellant] verwijst naar de verklaring van J. Stovius (productie 23 memorie van grieven), inhoudende dat iedereen in de paardenwereld, dus ook [geintimeerde sub 2] zo begrijpt het hof die stelling, wist dat [appellant] ernstig ziek was en [appellant] biedt dat te bewijzen aan. Aangenomen dat [geintimeerde sub 2] wist dat [appellant] aan kanker leed en daardoor ernstig ziek was, dan wil dat nog niet zeggen dat voor [geintimeerde sub 2]
kenbaarwas, dus dat hij wist of moest weten, dat dit aan het beoordelingsvermogen van [appellant] in de weg stond. [geintimeerde sub 2] wijst erop, dat [appellant] op hem een evenwichtige indruk maakte en zeer wel in staat was voor zijn belangen op te komen, hetgeen moge blijken uit het feit dat hij, nadat partijen een prijs en de (eerste) nabetalingsregeling zijn overeengekomen, nog verder heeft onderhandeld over de nabetalingsregeling en andere voorwaarden. Verder stelt [geintimeerde sub 2] dat [appellant] een autohandelaar is en bekend is met de paardenwereld, welke twee branches worden gekenmerkt door het op snelle wijze totstandkomen van koopovereenkomsten waarbij hoge bedragen niet worden geschuwd.
de uitleg van de opschortende voorwaarden omtrent de koopprijsverhogingen”. Hierbij gaat het in wezen om de vraag of met de tweede nabetalingsregeling een dubbele of een alternatieve nabetaling is overeengekomen. Volgens [appellant] zijn partijen nader overeengekomen dat hij, in het geval dat meer dan 80% van de grond een onherroepelijke bestemmingswijziging zou krijgen, naast een bedrag van € 11,34 per gewijzigde centiare ook nog voor het totale oppervlak € 11,34 per centiare zou ontvangen. [appellant] stelt dat het gebruikelijk is in geval van alternativiteit een specifieke aanduiding op te nemen, terwijl een dergelijke aanduiding in geval van cumulatie achterwege blijft omdat bijvoorbeeld kan worden volstaan met een puntkomma achter de betreffende voorwaarde. In dit geval hebben partijen volstaan met een puntkomma. [appellant] heeft ter onderbouwing van zijn standpunt een verklaring overgelegd van een door hem geraadpleegde (oud)notaris, volgens wie de puntkomma in de praktijk wordt gebruikt ter vervanging van het woord “en”.
als een gedeelte van de percelen de bestemmingswijziging verkrijgt dient de volledige nabetaling over alle percelen te worden gedaan”. Hiermee is dus voorgesteld de reeds overeengekomen (eerste) nabetalingsregeling alsnog te wijzigen en uit te breiden. Het voorstel kan niet anders gelezen worden dan als een voorstel om bij een gedeeltelijke wijziging niet per gedeelte na te betalen maar over het geheel.
en daarnaastvoor het geval dat de bestemming van meer dan 80% van zijn grond zou worden gewijzigd ook nog € 11,34 voor de niet-gewijzigde centiares. Als ook dat laatste geval zich zou voordoen, zou hij voor het totale oppervlak € 11,34 per centiare ontvangen. In de aanmaning van 5 december 2011 (zie randnummer 1.15) maakt (de raadsman van) [appellant] dan ook (onder meer) aanspraak op nabetaling van € 11,34 per centiare van het verkochte, zijnde totaal € 1.599.393,60, maar niet op het tweevoud daarvan.
VI. Grieven inzake de verbeurde, contractuele boete in relatie tot het begrip ‘koopprijs’” klaagt [appellant] over het oordeel van de rechtbank dat HBC c.s. geen boete verschuldigd is als bedoeld in art. 13, lid 3 van de koopovereenkomst. De rechtbank heeft volgens hem ten onrechte geoordeeld dat de koopprijsverhogingen van de (tweede) nabetalingsregeling geen deel uitmaken van de koopprijs als bedoeld in de koopovereenkomst. Het boetebeding is weliswaar niet opgenomen in de leveringsakte, maar van [appellant] behoefde niet te worden verwacht dat hij zou controleren welke bepalingen uit de koopovereenkomst nog exact van belang waren ten tijde van de leveringsakte, aldus [appellant] . HBC is in verzuim gekomen met nakoming van de verplichting tot nabetaling acht dagen na de ingebrekestelling van 4 november 2011, dus op 12 november 2011 en anders in elk geval acht dagen na de brief van 5 december 2011, dus op 13 december 2011. Er is immers pas op 20 december 2011 betaald.
Voormelde overeenkomsten van koop en levering zijn, voor zover ten deze nog van belang, gesloten onder de volgende: BEDINGEN”. De contractuele boete op te late betaling van de koopprijs is vervolgens, zoals gezegd, niet meer als beding opgenomen en ook niet doorgelegd in het kettingbeding. Dat betekent dat een opvolgend koper die nalatig blijft in de nakoming van de nabetalingsregeling niet met de contractuele boete geconfronteerd kan worden. [appellant] houdt thans, nadat HBC aan een derde heeft verkocht, echter wel HBC aansprakelijk voor te late betaling van het voorwaardelijke deel van de koopprijs. Als het de bedoeling van [appellant] was geweest om HBC aansprakelijk te houden voor te late betaling van de nabetaling door de opvolgend koper die de nabetalingsverplichting op zich heeft genomen, dan had het op zijn weg gelegen dat duidelijk te maken en erop toe te zien dat het contractuele boetebeding op die manier duidelijk in de leveringsakte werd opgenomen. Dat is niet gebeurd.
VII. Grieven inzake de vergoeding van de door [appellant] gemaakte kosten” komt [appellant] op tegen het oordeel van de rechtbank dat de door [appellant] gestelde schade als gevolg van de gestelde te late betaling reeds is vergoed en dat hij onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de gemaakte kosten om HBC tot betaling te bewegen. [appellant] wijst er ook op dat hij subsidiair vergoeding overeenkomstig een nader in goede justitie te bepalen bedrag heeft gevorderd. Verder heeft de rechtbank volgens hem ten onrechte overwogen dat het moment van het intreden van het verzuim er niet toe doet.
indien en zodra” een onherroepelijke bestemmingswijziging heeft plaatsgevonden. Op 11 augustus 2011 zijn de bestemmingsplannen onherroepelijk geworden, zodat vanaf die datum de nabetaling verschuldigd was. Aan verzoeken om betaling werd aanvankelijk geen gevolg geven, waarop de ingebrekestellingen van 4 november 2011 en 5 december 2011 zijn gevolgd. Op 20 december 2011 is een bedrag betaald, dat hoger is dan € 11,34 per centiare van het totale oppervlak. [appellant] betwist ook in hoger beroep niet dat het bedrag dat bovenop de verschuldigde nabetaling is voldaan gelijk is aan de wettelijke rente vanwege de te late betaling. In zoverre is het oordeel van de rechtbank dat de door [appellant] gestelde schade, welke schade bij te late betaling wordt gefixeerd op de wettelijke rente reeds vergoed is, juist.
eerste griefwenst [appellant] het geschil in volle omvang aan het hof voor te leggen. Deze grief heeft geen zelfstandige betekenis en deelt het lot van de andere grieven.