In deze civiele zaak staat de vraag centraal of vervangende machtiging kan worden verleend voor wijziging van de splitsingsakte van een Vereniging van Eigenaars (VVE). De bestuurder van de VVE, tevens eigenaar van een appartement, weigert zonder redelijke grond medewerking te verlenen aan het houden van vergaderingen en het nemen van besluiten, waardoor de VVE feitelijk niet functioneert.
De kantonrechter heeft op verzoek van mede-eigenaren een vervangende machtiging verleend om de bepalingen in de splitsingsakte die unanimiteit vereisen voor besluitvorming te wijzigen. De bestuurder kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en voerde onder meer aan dat hij wel reageert op vergaderverzoeken en dat hij niet rechtsgeldig was opgeroepen voor een vergadering.
Het hof oordeelt dat de bestuurder onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat hij vergaderingen herhaaldelijk heeft afgelast en niet heeft meegewerkt aan het functioneren van de VVE. De situatie waarin de VVE niet kan functioneren door de weigering van de bestuurder vormt een redelijke grond om vervangende machtiging te verlenen. Het bezwaar dat besluiten nadelig kunnen zijn voor de bestuurder is onvoldoende om de weigering te rechtvaardigen. De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd en de bestuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.