ECLI:NL:GHDHA:2019:2416
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- F.R. Salomons
- P.B. Kamminga
- K. van Barneveld-Peters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen benoeming bewindvoerder en mentor bij familiegeschil
De zaak betreft een hoger beroep tegen de benoeming van een niet-familielid als bewindvoerder en mentor voor de zuster van appellant. De kantonrechter had een professionele bewindvoerder en mentor benoemd, terwijl appellant de broer van de betrokkene wilde aanstellen.
Het hof overweegt dat de bewindvoering door de professionele bewindvoerder in het belang is van de betrokkene, omdat eerdere financiële beheersing door de familie heeft geleid tot schulden en onbetaalde rekeningen. De benoeming van de bewindvoerder wordt daarom bekrachtigd.
Ten aanzien van het mentorschap wijkt het hof af van de eerdere benoeming en stelt de broer van de betrokkene aan als mentor, omdat hij dicht bij de betrokkene staat en beter kan inspelen op haar verzorgingsbehoeften. De huidige mentor wordt ontslagen. Het hof acht de broer in staat om voldoende weerstand te bieden tegen mogelijke ongewenste invloed van appellant.
De beschikking bevestigt de bewindvoering door de professionele bewindvoerder en wijzigt het mentorschap naar de broer van de betrokkene, met een jaarlijkse vergoeding conform de geldende regeling.
Uitkomst: Benoeming professionele bewindvoerder bekrachtigd en broer van betrokkene benoemd tot mentor.