Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 2 juli 2019
[appellant],
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
vernietigd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
De rechtbank Rotterdam beëindigde de schuldsaneringsregeling van appellant omdat hij zijn verplichtingen niet naar behoren nakwam en de regeling belemmerde, onder meer door een periode van vier maanden detentie wegens het plegen van een misdrijf.
Appellant voerde aan dat zijn tekortkomingen niet aan hem konden worden toegerekend vanwege zijn intellectuele beperkingen en psychiatrische problematiek. Hij stelde dat hij alles in het werk stelde om zijn schulden te saneren en vroeg om verlenging van de regeling met de detentieperiode.
De bewindvoerder stelde dat het plegen van misdrijven in strijd is met het wezen van de schuldsaneringsregeling. Het hof oordeelde dat de detentie en het ontstaan van nieuwe schulden inderdaad tekortkomingen vormen, maar achtte een tussentijdse beëindiging van de regeling een te zware sanctie gezien de omstandigheden.
Het hof verlengde daarom de looptijd van de schuldsaneringsregeling met zeven maanden, waarin appellant zijn verplichtingen strikt moet naleven. Het hof benadrukte dat dit een tweede kans is en dat verdere misstappen kunnen leiden tot beëindiging van de regeling.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor voortzetting van de regeling onder de verlengde termijn.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt verlengd met zeven maanden en het vonnis van beëindiging wordt vernietigd.