ECLI:NL:GHDHA:2019:2051
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewijswaardering diefstal uit auto en verzekeringsclaim
Appellant vordert vergoeding van schade na een gestelde inbraak in zijn auto op 11 mei 2016 waarbij onder meer een airbag, navigatiesysteem en kachel zouden zijn gestolen. Het hof heeft het bewijs onderzocht, waaronder getuigenverklaringen van appellant en zijn echtgenote, foto’s van de schade, metadata van deze foto’s en een factuur van reparatie.
Het hof stelt dat appellant als partijgetuige een hoge bewijsstandaard moet halen en dat zijn verklaringen onvoldoende worden ondersteund door sterk en essentieel aanvullend bewijs. De metadata van de foto’s vertonen onregelmatigheden, zoals verwijderde datums, en het tijdsverloop tussen foutcodes in het auto-computersysteem en de foto’s is onwaarschijnlijk kort. Ook is twijfel over de authenticiteit van de factuur en de herkomst van de onderdelen.
De verklaring van de echtgenote wijkt deels af van die van appellant, wat de geloofwaardigheid vermindert. Het hof acht het bovendien onwaarschijnlijk dat inbrekers overdag met een alarmsysteem in werking zo snel de diefstal konden plegen zonder opgemerkt te worden.
Gelet op deze omstandigheden is het hof van oordeel dat appellant niet is geslaagd in zijn bewijsopdracht en bekrachtigt het bestreden vonnis. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.