Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Rolnummer rechtbank : C/09/553419/KG ZA 18-505
Arrest van 2 juli 2019
Uniforce Group B.V.,
de Staat der Nederlanden
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
(…)
Gerechtshof Den Haag
Uniforce Group B.V. bracht het Uniforce-concept op de markt waarbij via een Declarabele Uren B.V. (DUBV) arbeid werd verricht door een Uniforcer, die formeel werknemer was van de DUBV. Tussen Uniforce en de Belastingdienst was een fiscale vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten die zekerheid gaf over de arbeidsrelatie en inhoudingsplicht.
Met de invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) en wijziging van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016 ontstond onduidelijkheid over de toepasbaarheid van de VSO. De Belastingdienst zegde de VSO op omdat het systeem van algemene vrijwaringen niet meer paste binnen de nieuwe wetgeving die individuele toetsing vereist.
Uniforce vorderde in kort geding dat de Belastingdienst de VSO zou blijven naleven, maar de voorzieningenrechter wees dit af. In hoger beroep stelde Uniforce dat de opzegging onterecht was, dat alternatieven mogelijk waren en dat de overgangsregeling onvoldoende was. Het hof oordeelde dat de wijziging in wetgeving een zwaarwegende grond voor opzegging vormde, dat de VSO een algemene vrijwaring bood die niet strookte met de Wet DBA en dat de overgangsregeling redelijk was. Het hoger beroep werd afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de rechtsgeldigheid van de opzegging van de fiscale vaststellingsovereenkomst door de Belastingdienst en wijst het hoger beroep van Uniforce af.