Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
DH02,
- de aan de verdachte opgelegde straf, en
- de beslissing omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen.
De ten laste gelegde geweldshandelingen
Beoordelingskader van de rechtmatigheid van de geweldshandelingen
De aan DH02 verweten geweldshandelingen
De beoordeling van de rechtmatigheid van de door DH02 verrichte handelingen
eerste fase), kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Volgens DH02 was dit misschien enkele minuten [20] . Voor zover de worsteling wel op de beelden te zien is (verder: de
tweede fase), duurde deze ongeveer één minuut en vijftien seconden. Uit de beelden kan worden afgeleid dat het verzet van [slachtoffer] tot het einde van de worsteling lijkt voort te duren.
eerste fase. Bestudering van de beelden (de
tweede fase) leert dat daarop niet te zien is dat DH02 [slachtoffer] in het gelaat slaat of stompt en evenmin dat hij pepperspray bij [slachtoffer] in het gezicht wrijft. Dat past dus bij hetgeen DH02 heeft verklaard over het moment dat hij deze handelingen verrichtte. Het dossier bevat geen verklaringen van derden (politiefunctionarissen of burgergetuigen) die aanleiding geven om te twijfelen aan hetgeen DH02 heeft verklaard over het moment waarop hij [slachtoffer] in het gezicht heeft geslagen of gestompt en pepperspray heeft gebruikt. Het hof gaat er dus van uit dat een en ander heeft plaatsgevonden in de
eerste fasevan de aanhouding. Het vaststellen van het bedoelde moment is van belang omdat de proportionaliteit en subsidiariteit van de omschreven handelingen moet worden beoordeeld naar de situatie op dát moment. De uitkomst van die beoordeling kan niet afhankelijk zijn van eventuele gebeurtenissen nadien.
hoofdvan [slachtoffer] had omklemd of dat inmiddels sprake was van een omklemming van de
nek, kan niet met zekerheid worden gezegd. DH02 heeft verklaard dat DH01 op dat moment probeerde controle te krijgen over het hoofd van [slachtoffer] [22] . Volgens DH01 was er op dat moment slechts sprake van een
hoofdklem [23] . Daar staat tegenover dat diverse getuigen hebben verklaard dat de arm van DH01 om de
nekvan [slachtoffer] zat [24] , zij het dat niet steeds expliciet is aangegeven vanaf welk moment in de worsteling zij dat precies hebben gezien. Wat daar ook van zij, het hof stelt vast dat de beide genoemde geweldshandelingen van DH02 hebben plaatsgevonden in de
eerste fasevan de worsteling op een moment dat DH01 het hoofd of de nek van [slachtoffer] omklemd had teneinde hem onder controle te krijgen. Naar het oordeel van het hof kan niet worden vastgesteld dat de feitelijke situatie op dát moment zo was dat ieder verder geweld op het hoofd van [slachtoffer] zonder meer als buitenproportioneel zou moeten worden aangemerkt.
De conclusies ten aanzien van de ten laste gelegde feiten
primairen
subsidiairten laste gelegde (medeplegen doodslag en medeplegen zware mishandeling, de dood ten gevolge hebbend) is vereist dat de verdachte DH02 opzet heeft gehad op de dood respectievelijk het zwaar lichamelijk letsel (hersenletsel).
meer subsidiairten laste gelegde (medeplegen mishandeling, de dood ten gevolge hebbend) concludeert het hof als volgt.
meest subsidiairten laste gelegde (medeplegen dood door schuld) worden vrijgesproken.