Op 6 oktober 2014 zette een politieagent in Den Haag een achtervolging in op een verdachte die met hoge snelheid en onder invloed van alcohol gevaarlijke verkeerssituaties veroorzaakte. Na een tweede politieblokkade stopte de verdachte zijn auto en rende weg. De agent schoot vanuit zijn motor twee keer op de verdachte, die hierdoor ernstig gewond raakte.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte door de kogels werd geraakt en dat de politieagent met voorwaardelijk opzet handelde, waarmee poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen werd. De agent handelde onder stressvolle omstandigheden, zonder waarschuwingsschot, wat niet rechtmatig was, maar de situatie rechtvaardigde het gebruik van aanhoudingsvuur.
Hoewel het feit ernstig was en grote gevolgen had voor het slachtoffer, hield de rechtbank rekening met het blanco strafblad van de agent, de stressvolle situatie en de impact van de zaak op zijn persoon en werk. Daarom werd besloten geen straf of maatregel op te leggen. De schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard en dient bij de burgerlijke rechter te worden afgedwongen.