De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor roekeloos en onvoorzichtig rijden op de Erasmusweg in Den Haag, waarbij een ongeval plaatsvond met een zwaar lichamelijk letsel tot gevolg bij de bestuurder van een andere auto. Na een eerdere niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep en vernietiging door de Hoge Raad, behandelde het hof de zaak opnieuw.
Het hof oordeelde dat het letsel, bestaande uit een polsfractuur met blijvende afwijkingen, als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. De verdachte reed met een hogere snelheid dan toegestaan, negeerde een rood verkeerslicht en veroorzaakte een frontale botsing. Gezien de ernst van het feit en eerdere verkeersdelicten van de verdachte, legde het hof een taakstraf van 160 uur op, subsidiair 80 dagen hechtenis, en een rijontzegging van 8 maanden.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de schade inmiddels door de verzekeraar was vergoed. Het hof bevestigde het overige vonnis en bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen. De straf is onvoorwaardelijk opgelegd zonder gedeeltelijke voorwaardelijkheid.