Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 21 mei 2019
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
P&S Staalproducties B.V.,
[X B.V.] ,
Het verdere verloop van het geding
De verdere beoordeling van het hoger beroep
De feiten
(2.1) [geïntimeerde] heeft in 2006 op basis van een mondelinge opdracht van het las- en constructiebedrijf P&S in de kort daarvoor door P&S gehuurde bedrijfsruimte in het pand aan [het adres] werkzaamheden verricht aan de elektrische installatie ten behoeve van het gebruik van krachtstroom. De betreffende werkzaamheden bestonden, voor zover thans van belang, uit het bekabelen en plaatsen van 20 stuks CCE form contactdozen. [geïntimeerde] heeft voor de door haar verrichte werkzaamheden een factuur d.d. 22 april 2006 toegezonden ten bedrage van € 19.990,18, inclusief BTW. P&S heeft deze factuur betaald.
(2.2) In deze factuur (productie 1 bij conclusie van antwoord) is de gebruikte
bekabeling als volgt gespecificeerd:
“(…)850.0 meter CC 5 x 4 mm (…) 7.301.50175,0 meter YmvK 3 x 2,5 mm (…) 302,7555,0 meter YmvK 4 x 2,5 mm (…) 130,35(...)”(2.3) [Y Inspectie] (hierna: [Y Inspectie] ) heeft in 2013 de gehele elektrische installatie in het bedrijfspand onderzocht op basis van NEN 3140. [geïntimeerde] is niet bij dit onderzoek betrokken geweest. [Y Inspectie] heeft in haar rapport van 24 juni 2013 onder meer als conclusie opgenomen:
“De installatie voldoet niet aan de gestelde eisen. Kabels te dun, open lasdozen, loshangende leidingen.”Volgens [Y Inspectie] hadden (onder meer) de door [geïntimeerde] geplaatste kabels slechts een diameter van 2,5 mm
(2.4) Elektrawerken Nederland (hierna: EWN) heeft op 10 december 2013 een offerte uitgebracht aan P&S om de volledige elektrische installatie (dus zowel ten aanzien van de werkzaamheden van [geïntimeerde] als ten aanzien van de bestaande installatie) te herstellen voor een bedrag van € 15.534,-- exclusief BTW.
Het geding in eerste aanleg
Deze deskundige is (samengevat) tot de conclusie gekomen dat de door [geïntimeerde] aangebrachte bekabeling niet te dun was, immers 4 mm, maar dat deze niet voldeed aan de regelgeving omdat de kleurcodering ontbrak. De kosten voor vernieuwing van de bekabeling werden door de deskundige geschat op € 8.500, exclusief BTW. Omdat het ontbreken van de kleurcodering de veiligheid niet direct in gevaar bracht, adviseerde de gerechtelijke deskundige mede om verspilling van materiaal en kosten tegen te gaan, om een alternatief hiervoor te zoeken, zoals het aanbrengen van een krimpkous of gekleurde speciale tape. Volgens de gerechtelijke deskundige mochten de 4 mm kabels worden beveiligd met een smeltpatroon van maximaal 35 ampère, zoals in het betreffende geval.
Daarnaast heeft de deskundige opgemerkt dat er te hoge impedanties werden gemeten op de CCE form contactdozen. Volgens de gerechtelijke deskundige was nader onderzoek vereist om de oorzaak hiervan te achterhalen.
De grieven en de vermeerderde vordering in hoger beroep
€ 23.413,50, exclusief BTW, aan herstelkosten, een bedrag van € 4.065,60, inclusief BTW, aan onderzoekskosten van Elektroraad, en de proceskosten in beide instanties.
Verdere beoordeling
Parl Gesch. BW Boek 6, p. 316-317).
Slotsom
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 5 januari 2017;
- wijst af het in hoger beroep door P&S meer of anders gevorderde;
- veroordeelt P&S in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 1.952,-- aan griffierecht en € 2.782,-- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
M.P.J. Ruijpers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2019 in aanwezigheid van de griffier.