Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant],
1.[geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2],
grief 7komt [appellant] (daarnaast) nog op tegen het oordeel van de rechtbank dat hij geen belang zou hebben bij zijn (subsidiaire) vordering tot het terugsnoeien van de eerste groep laurierkersen (gezien vanaf de voorzijde van [perceel B]).
Grief 8is (tevens) gericht tegen het oordeel dat de tweede groep laurierkersen (gezien vanaf de voorzijde van [perceel B]) niet teruggesnoeid behoeven te worden tot een hoogte van (maximaal) twee meter.
gemachtigde”.
Ik verklaar (…) dat het lage gaas (…) er toen ook al was en aan de zijkant van de gemetselde stenen poer zat en liep tot aan de achterkant van het perceel. (…) Ik heb zolang ik er heb gewoond nooit iets aan deze erf afscheiding veranderd.”
Dat toen de grootte van de doorgang tussen de coniferen/gaas en de linker achterkant/hoek van de schuur/paardenstal (…) dermate breed was dat ze langs de schuur/paardenstal naar het plaatsje achter de schuur/paardenstal konden gaan. De opening was destijds +/- 70/80 cm.
Toen wij het [perceel A] kochten, stond er een houten hek dat de voorkant van ons perceel afscheidde van de openbare weg en doorliep tot op de stenen poer aan de kant van [perceel B]. Wij hebben een sierhek laten plaatsen dat op dezelfde plaats tegen de stenen poer is bevestigd als het houten hek dat er al stond toen wij het perceel kochten. Aan de locatie van de poer hebben wij nooit iets veranderd. We hebben ook nooit van onze toenmalige buren vernomen dat de erfgrens anders zou lopen dan aangegeven door de bestaande erfafscheiding.
jegens hemzou handelen, nu moet worden aangenomen dat de eigendom van de betwiste strook door voltooiing van de verjaring in ieder geval tien of twintig jaar na 1988 is overgegaan op de rechtsvoorganger van [appellant] Dit betekent dat in de verhouding tussen [appellant] en [geïntimeerden] laatstgenoemde geen gedepossedeerde is, waardoor hij evenmin op grond van een vordering uit onrechtmatige daad de betwiste strook grond van [appellant] zou kunnen terugvorderen.
meikers”) buiten de verboden zone staat als bedoeld in art. 5:42 lid 2 BW Pro. Bij deze stand van zaken zullen de vorderingen inzake de Japanse kers worden afgewezen.
beoordeling vordering eerste groep laurierkersen (gezien vanaf de voorzijde van [perceel B])
grief 7komt [appellant] op tegen de afwijzing van zijn vordering inzake de laurierkers aan de voorzijde van [perceel B]. [appellant] meent dat hij [geïntimeerden] wel toestemming wil verlenen om hem deze laurierkersen te laten snoeien, maar dat hij slechts verwacht dat laatstgenoemde van tevoren aankondigt wanneer hij [perceel A] hiervoor zal betreden. [appellant] betoogt in hoger beroep (primair) dat de laurierkersen aan de voorzijde van [perceel B] gekapt moeten worden, omdat deze volgens hem op minder dan een halve meter van de feitelijke erfgrens staan. [geïntimeerden] heeft in hoger beroep aangegeven de laurierkers te willen snoeien, maar dat hij daarbij wel (royale) medewerking verwacht van Van der Wagt. c.s.
grief 8komt [appellant] op tegen de afwijzing door de rechtbank van zijn vordering tot het terugsnoeien tot een hoogte van twee meter van de tweede groep laurierkersen, achteraan (gezien vanaf de voorzijde van [perceel B]). [appellant] voert aan dat zijn vordering moet worden beoordeeld op grond van de afstand van deze laurierkersen tot de (feitelijk) erfgrens, zijnde de locatie van het oorspronkelijke gaaswerk. Hij stelt als gevolg van de huidige hoogte van de laurierkersen weinig zon te hebben op het achterste gedeelte van zijn perceel.
Beslissing
- veroordeelt [geïntimeerden] om binnen dertig dagen na betekening van dit arrest de witte berk en de tweede groep bamboe (gezien vanaf de voorzijde van [perceel B]) met stronk en wortels te verwijderen, althans – indien dit vereist is – binnen deze termijn een kapvergunning aan te vragen tegen de eerst mogelijke datum en daarvan gebruik te maken binnen twee weken vanaf de datum dat de kapvergunning van kracht is, zulks op straffe van een dwangsom van €100 voor iedere dag dat hij met het vorenstaande in gebreke mocht blijven, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 10.000,--
- veroordeelt [geïntimeerden] om binnen dertig dagen na betekening van dit arrest de laurierkersen terug te snoeien tot twee meter en op die hoogte gesnoeid te houden, zulks op straffe van een dwangsom van €100 voor iedere dag dat hij met het vorenstaande in gebreke mocht blijven, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 10.000,--
- veroordeelt [geïntimeerden] tot betaling aan [appellant] van de proceskosten in eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op € 282,-- griffierecht en € 1.920,-- salaris advocaat;
- veroordeelt Grotenboer c.s. tot betaling aan [appellant] van de proceskosten in hoger beroep, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op € 313 griffierecht en € 1.518,-- salaris advocaat;
- wijst af het meer of anders gevorderde;
- verklaart dit arrest wat de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.