ECLI:NL:GHDHA:2018:996
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en terugwijzing wegens niet opgeroepen raadsvrouw in strafzaak
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Rotterdam werd vastgesteld dat de raadsvrouw van verdachte niet op de wettelijk voorgeschreven wijze was opgeroepen voor de zitting van 17 maart 2017, waarop de zaak bij verstek werd afgedaan.
De raadsvrouw toonde aan dat zij pas na de zitting het digitale dossier ontving, inclusief de oproeping, terwijl zij deze niet schriftelijk had ontvangen. De oproeping was wel rechtsgeldig aan verdachte betekend, maar deze was niet op de hoogte van de zitting en kon de raadsvrouw dus niet informeren.
Gezien de kernrol die de raadsvrouw vervult bij het onderzoek ter terechtzitting, had de politierechter niet aan de behandeling ten gronde mogen toekomen. Op grond van artikel 423 lid 2 Sv Pro vernietigt het hof het vonnis en wijst de zaak terug naar de politierechter in Rotterdam.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de politierechter wegens niet correcte oproeping van de raadsvrouw.