Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 13 maart 2018
[appellant],
Jodaav Horeca B.V.,
Het geding
De beoordeling
Beslissing
- laat [appellant] toe tot het bewijs van de echtheid van de handtekening die namens Jodaav in de geldleningsovereenkomst staat;
- laat Jodaav toe tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands aangenomen bestaan van de door [appellant] gestelde geldleningsovereenkomst;
- bepaalt dat, indien zowel [appellant] als Jodaav getuigen wil doen horen, de getuigenverhoren zullen worden gecombineerd en dat partijen daartoe in onderling overleg dienen af te stemmen welke getuigen zij wensen op te roepen in enquête en contra-enquête, zodat dezelfde getuige in beginsel slechts één keer behoeft te worden gehoord;
- bepaalt dat de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te ’s-Gravenhage ten overstaan van de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. G.C. de Heer op
- bepaalt dat, indien één der partijen binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen en de te horen getuigen in de maanden april 2018 tot en met juni 2018, opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de getuigenverhoren zal vaststellen;
- verstaat dat het hof reeds beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat overlegging daarvan voor het getuigenverhoor niet nodig is;
- houdt iedere verdere beslissing aan.