ECLI:NL:GHDHA:2018:3654
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet tijdige mededeling bloedonderzoek bij alcoholgebruik in het verkeer
De verdachte werd verdacht van het besturen van een motorrijtuig onder invloed van alcohol met een bloedalcoholgehalte van 0,74 mg/ml, hoger dan de wettelijke limiet van 0,2 mg/ml. Na een eenzijdig verkeersongeval op 25 februari 2016 te Vlaardingen werd bloed afgenomen en onderzocht.
Het hof constateerde dat het resultaat van het bloedonderzoek niet zo spoedig mogelijk aan de verdachte was medegedeeld, zoals vereist volgens artikel 20 van Pro het Besluit Alcoholonderzoeken dat destijds van kracht was. Deze schending van de procedurele waarborgen leidt tot bewijsuitsluiting van het bloedonderzoek.
Hoewel de verdachte verklaarde nooit aan de juistheid van het bloedonderzoek te hebben getwijfeld en geen behoefte had aan contra-expertise, oordeelde het hof dat het niet tijdig informeren een fundamentele schending van het recht op een eerlijk proces inhoudt. De advocaat-generaal stelde dat de schending niet tot bewijsuitsluiting moest leiden omdat de verdediging niet in haar belangen was geschaad, maar het hof volgde dit niet.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij omdat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat hij het ten laste gelegde had begaan. Het arrest werd uitgesproken op 23 november 2018 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens niet tijdige mededeling van het bloedonderzoekresultaat, waardoor bewijs niet kan worden gebruikt.