ECLI:NL:HR:2010:BM4412
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijswaarde ademanalyse ondanks geen tolk bij onderzoek
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd bewezen verklaard op 16 juli 2005 te Spijkenisse een voertuig te hebben bestuurd met een ademalcoholgehalte van 570 microgram per liter uitgeademde lucht, hetgeen de wettelijke limiet overschrijdt.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van de verdachte, het proces-verbaal van politie en het ademanalyseformulier. Verdachte voerde verweer dat het proces-verbaal niet als bewijs kon dienen omdat hij zonder tolk in een voor hem onbegrijpelijke taal was gehoord en dat het resultaat van het ademonderzoek niet aanstonds en begrijpelijk was medegedeeld, noch was gewezen op het recht op tegenonderzoek.
Het hof verwierp deze verweren omdat verdachte sinds 2001 in Nederland verbleef, de verbalisanten hem begrepen en hij de aanwijzingen voor het ademonderzoek begreep. Ook werd het resultaat van het onderzoek aanstonds en begrijpelijk medegedeeld. De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en oordeelde dat het bewijs van het ademonderzoek slechts mag worden gebruikt indien de regels van het Besluit alcoholonderzoeken, waaronder art. 10, eerste lid, zijn nageleefd.
De Hoge Raad oordeelde dat het resultaat op een voor verdachte begrijpelijke wijze moet worden medegedeeld en dat het niet inschakelen van een tolk geen bewijsuitsluiting rechtvaardigt. Hoewel de redelijke termijn was overschreden, werd geen rechtsgevolg aan die overschrijding verbonden. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bewezenverklaring rijden onder invloed met 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht blijft gehandhaafd.