ECLI:NL:GHDHA:2018:3460
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omzetbelasting naheffingsaanslag festivalorganisatie
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die festivals organiseert, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2013. De Inspecteur stelde dat de bedragen die belanghebbende aan stichtingen en de gemeente in rekening bracht, betrekking hadden op belastbare prestaties. Belanghebbende voerde aan dat deze bedragen geen omzetbelasting verschuldigd waren, omdat zij zouden fungeren als verlengstuk van de stichtingen of omdat de subsidies niet aan haar maar aan de stichtingen waren verstrekt.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de stichtingen de subsidies ontvingen en dat belanghebbende prestaties aan hen leverde waarover omzetbelasting verschuldigd is. Het Gerechtshof bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Het hof stelde vast dat belanghebbende als ondernemer in het economische verkeer de praktische organisatie van festivals verzorgde en dat de stichtingen de fondsen verwierf en de uitvoerende organisaties inschakelde.
Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij met de stichtingen moest worden vereenzelvigd of dat de subsidies een-op-een aan haar werden doorgegeven. De prestaties vielen niet onder enige vrijstelling. De naheffingsaanslag, boete en rente werden gehandhaafd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd.