ECLI:NL:GHDHA:2018:3180
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging intrekking volmacht in samenlevingsovereenkomst onder bewind
Appellante en de rechthebbende zijn sinds 1996 partners met een notariële samenlevingsovereenkomst waarin zij elkaar een volmacht verlenen voor rechtshandelingen ten behoeve van de gewone gang van de huishouding. De rechthebbende staat sinds 1998 onder bewind wegens zijn lichamelijke toestand na een verkeersongeval. In 2014 is een eerste bewindvoerder benoemd met zelfstandige bevoegdheid en appellante als tweede bewindvoerder met gezamenlijke bevoegdheid.
De bewindvoerder vroeg en kreeg van de kantonrechter machtiging om de volmacht in de samenlevingsovereenkomst in te trekken, omdat appellante buiten haar bevoegdheid handelde, onder meer door zelfstandig belastingaangiften te verrichten en een aanvullende zorgverzekering op te zeggen, wat nadelig was voor de rechthebbende. Appellante betwistte dit en stelde dat de bewindvoerder niet bevoegd is een notariële volmacht te herroepen.
Het hof overwoog dat onder beschermingsbewind het beheer exclusief aan de bewindvoerder toekomt en dat een volmacht niet meer kan leiden tot rechtshandelingen door de gevolmachtigde met betrekking tot de onder bewind staande goederen. Appellante is als tweede bewindvoerder slechts gezamenlijk met de eerste bevoegd. Haar zelfstandige handelen frustreert het bewind en schaadt de belangen van de rechthebbende. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die de bewindvoerder machtigt de volmacht in de samenlevingsovereenkomst in te trekken.