Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
In incidenteel hoger beroep
In principaal hoger beroep
In incidenteel hoger beroep
Ten aanzien van de [auto]:
Ten aanzien van de door de man in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken:
Gerechtshof Den Haag
Partijen zijn gehuwd in 2010 en zijn in 2018 gescheiden. In hoger beroep staat onder meer partneralimentatie, vergoedingsrechten voor investeringen in de gemeenschappelijke woning, pensioenverevening en de eigendom van een auto centraal.
Het hof vernietigt de eerdere veroordelingen tot betaling van € 45.730 en € 7.403,46 door de vrouw aan de man, en stelt nieuwe bedragen vast: € 41.000 aan de man voor hypotheekaflossingen en € 1.500 aan de vrouw voor haar investeringen. De vrouw krijgt partneralimentatie van € 2.275 bruto per maand toegewezen, rekening houdend met haar behoefte en verdiencapaciteit, en de draagkracht van de man.
De pensioenverevening wordt toegewezen op basis van de commerciële waarde van het in eigen beheer opgebouwde pensioen van de man, waarbij afstorting afhankelijk is van beschikbare liquide middelen. Het hof wijst het verzoek van de man tot omzetting of afkoop van pensioenrechten door de vrouw toe, mits medewerking wordt verleend.
Ten aanzien van de auto oordeelt het hof dat deze eigendom is van de man en veroordeelt de vrouw tot medewerking aan het op haar naam stellen onder betaling van de dagwaarde. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst partneralimentatie toe, stelt vergoedingsrechten vast, bepaalt pensioenverevening op commerciële waarde en veroordeelt tot medewerking aan auto-overdracht.