ECLI:NL:GHDHA:2018:3082
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt omgangsregeling en weigert gezamenlijk gezag wegens slechte communicatie ouders
In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam over de omgangsregeling en het ouderlijk gezag van een minderjarige geboren in 2014. De vader was het niet eens met de tweewekelijkse omgangsregeling en verzocht medegezag, terwijl de moeder alleen het gezag uitoefent en de hoofdverblijfplaats bij haar is.
Het hof stelde vast dat de omgangsregeling inmiddels feitelijk werd uitgevoerd zoals de ouders dat zelf deden, namelijk om de twee weken van donderdagavond tot zondagavond. Het hof bekrachtigde deze regeling en zag geen reden om het contact begeleid te laten plaatsvinden, omdat de vader onbegeleide omgang heeft en de moeder onvoldoende onderbouwde waarom begeleiding nodig zou zijn.
De vader verzocht ook om dagelijks facetime-contact met de minderjarige, maar het hof wees dit af vanwege de problematische communicatie tussen de ouders. Het hof oordeelde dat gezamenlijk gezag niet passend was vanwege de slechte communicatie, het risico dat het kind klem zou raken tussen de ouders en het verleden van fysiek geweld. Pogingen van Flexus Jeugdplein om de communicatie te verbeteren waren niet succesvol geweest.
De bestreden beschikking werd vernietigd voor zover deze de reguliere omgangsregeling betrof en opnieuw vastgesteld conform de feitelijke omgang. De rest van de beschikking werd bekrachtigd. Het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag en meer omgang werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelt de omgangsregeling vast conform feitelijke uitvoering en wijst gezamenlijk gezag af wegens slechte communicatie en risico voor het kind.