ECLI:NL:GHDHA:2018:2717
Gerechtshof Den Haag
- Voorlopige voorziening
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- A.E. Sutorius-van Hees
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaarverklaring bij voorraad inzake vorderingen en verdeling nalatenschap
In deze nalatenschapszaak vorderden appellanten schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een vonnis dat onder meer geldvorderingen en de verdeling van inboedelgoederen toewijst aan geïntimeerde. De rechtbank had geïntimeerde een vordering op de nalatenschap toegekend en bepaalde dat bepaalde inboedelgoederen aan haar verstrekt moesten worden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Appellanten stelden dat geïntimeerde geen vorderingen op de nalatenschap heeft, onder meer vanwege niet-aanvaarding van schenkingen en verjaring, en dat de verdeling van de inboedel buiten de rechtsstrijd was getreden. Tevens voerden zij aan dat het restitutierisico bij betaling aan geïntimeerde een belang bij schorsing rechtvaardigt.
Het hof oordeelde dat er geen juridische of feitelijke misslag was met betrekking tot de geldvorderingen en de verjaring, maar wel een juridische misslag bij de verdeling van de inboedelgoederen, omdat de executeurs nog niet bevoegd zijn tot verdeling zolang hun taak niet is beëindigd. Het restitutierisico vormt geen grond voor schorsing. Daarom schorst het hof de uitvoerbaarverklaring bij voorraad voor zover het de verdeling van de inboedel betreft, maar wijst het de schorsing voor de geldvorderingen af.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De zaak wordt verwezen naar een nieuwe rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarverklaring bij voorraad voor de verdeling van inboedelgoederen, maar wijst schorsing van de geldvorderingen af.