ECLI:NL:GHDHA:2018:2364
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Omzetting faillissement in schuldsaneringsregeling na herstel financiële situatie
Appellanten waren op 1 maart 2016 failliet verklaard vanwege een gebrek aan overzicht over hun administratie en die van hun vennootschap Swanla. De rechtbank verklaarde hen niet-ontvankelijk in hun verzoek tot opheffing van het faillissement met toepassing van de schuldsaneringsregeling, omdat zij meende dat het faillissement op verzoek van een derde was uitgesproken en appellanten te laat waren met hun verzoek.
In hoger beroep stelde het hof vast dat het faillissement op eigen verzoek was uitgesproken, waardoor het eerdere vonnis op een onjuiste feitelijke grondslag was gebaseerd. Het hof beoordeelde dat appellanten hun financiële en persoonlijke situatie inmiddels onder controle hadden en hun verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zouden nakomen.
De curator bevestigde dat appellanten medewerking verleenden en hun inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de boedel afdroegen. Ook bleek dat appellanten beiden een fulltime baan hadden en de belastingaanslagen aanzienlijk hadden teruggebracht. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, hief het faillissement op en sprak de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, heft het faillissement op en spreekt de schuldsaneringsregeling uit.