ECLI:NL:GHDHA:2018:222
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating schuldsaneringsregeling na geslaagd beroep op hardheidsclausule
Appellante verzocht de rechtbank Rotterdam om toelating tot de schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden en twijfel over nakoming van verplichtingen.
In hoger beroep betoogde appellante dat de schulden aan KPN en Tele2 vernietigbaar zijn vanwege beschermingsbewind en inmiddels zijn kwijtgescholden, en dat de schuld aan H&M is voldaan. Zij deed tevens een beroep op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro.
Het hof oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij te goeder trouw was met betrekking tot een belangrijk deel van haar schulden, met name de belastingschuld wegens ten onrechte ontvangen toeslagen. Echter, het hof achtte het beroep op de hardheidsclausule geslaagd omdat appellante haar financiële situatie onder controle heeft, de problematische overeenkomsten ongedaan heeft gemaakt, en zij zich inspant haar verplichtingen na te komen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de schuldsaneringsregeling toe.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst appellante toe tot de schuldsaneringsregeling na geslaagd beroep op de hardheidsclausule.