Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 16 januari 2018
[appellant 1],
[appellant 2],wonende te Rotterdam,
RTMO Logistics B.V.,gevestigd te Rotterdam,
Ago Holding B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
Agora Shipping & Trading B.V.,gevestigd te Rotterdam,
[geïntimeerde],
Het geding
primairdat de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het bestreden vonnis wordt geschorst en
subsidiairdat aan de uitvoerbaarheid bij voorraad de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. Daarnaast hebben zij gevorderd dat [geïntimeerde], die geen woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, zekerheid stelt voor de proceskosten.
Beoordeling van de incidentele vorderingen
[geïntimeerde] heeft op 3 mei 2017 conservatoire beslagen gelegd ten laste van [appellant 1], [appellant 2], RTMO en Ago.
(i) [appellant 1] verboden om vanaf één werkdag na de betekening van het vonnis (al dan niet via RTMO) betalingen te ontvangen van cliënten van Agora voor werkzaamheden en/of diensten die hij en/of RTMO ten behoeve van deze (voormalige) cliënten verrichten of hebben verricht en
(ii) [appellant 1] veroordeeld om vanaf één werkdag na de betekening van het vonnis betalingen die hij al dan niet via RTMO van (voormalige) cliënten van Agora ontvangt, binnen vijf werkdagen na ontvangst door te storten op de bankrekening van Agora.
De voorzieningenrechter heeft voorts
(iii) Agora, Ago en RTMO veroordeeld om verklaring te doen van de zaken en vorderingen die door de conservatoire beslagenzijn getroffen.
Deze veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De vorderingen zijn voor het overige afgewezen.
In reconventie heeft de voorzieningenrechter [geïntimeerde] veroordeeld de inloggegevens van de e-mailaccount(s) @agoro-shipping.com te verstrekken. De incidentele vordering van [appellanten] tot zekerheidstelling voor de proceskosten is afgewezen.
Verder geldt dat [appellant 1] inmiddels voldoende tijd heeft gehad om, zonodig, (voormalige) cliënten van Agora te informeren en te instrueren dat betalingen van door hem en/of RTMO verrichte werkzaamheden aan Agora dienen plaats te vinden.
Agorazijn verricht. Indien RTMO onvoldoende eigen inkomsten – betalingen voor werkzaamheden voor haar eigen cliënten – genereert en daardoor in een faillissement zou geraken, is dat niet een gevolg van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de voorzieningenrechter. [appellanten] hebben hun stelling dat zij schade lijden door de desbetreffende betalingen aan Agora door te betalen dus niet deugdelijk onderbouwd. Voor zover zij hierbij ook het oog hebben op de restitutie van verbeurde en vervolgens geïncasseerde dwangsommen, geldt ook hier dat als [appellant 1] reeds uit eigen beweging betalingen aan hem of RTMO door cliënten van Agora doorbetaalt aan Agora, geen dwangsommen worden verbeurd en geen restitutierisico bestaat. Maar ook indien [appellant 1] wel dwangsommen zou verbeuren en de vervolgens geïncasseerde dwangsommen door [geïntimeerde] moeten worden gerestitueerd, geldt dat het restitutierisico van ten onrechte verbeurde dwangsommen niet onder de zekerheidstelling van artikel 233 lid 3 Rv Pro. valt. De dwangsommen zijn dan immers niet voldaan ter uitvoering van dat vonnis, maar wegens het niet voldoen aan het vonnis. Dit blijft voor risico van de geëxecuteerde, in dat geval [appellant 1]. Bij gebreke van een (rechtens te respecteren) belang van [appellanten] bij deze vordering, kan een belangenafweging achterwege blijven. De subsidiaire incidentele vordering van [appellanten] zal daarom worden afgewezen.
De incidentele vorderingen van [appellanten] zullen worden afgewezen. [appellanten] zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident.
[geïntimeerde] is niet-ontvankelijk in zijn incidentele vordering voor zover deze is ingesteld tegen [appellant 2], Agora en Ago. De incidentele vordering van [geïntimeerde] c.s. voor zover deze is ingesteld tegen [appellant 1] en RTMO zal worden toegewezen voor zover het gaat om het verstrekken van afschriften van de bankrekeningen van RTMO vanaf 30 oktober 2015 tot de datum waarop in de hoofdzaak is beslist. Het hof zal [appellant 1] en RTMO hoofdelijk hiertoe veroordelen.
Het hof zal zijn beslissing over de kosten van dit incident aanhouden tot zijn beslissing in de hoofdzaak.