ECLI:NL:GHDHA:2018:1759
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen omzetbelasting ondanks vermeende termijnoverschrijding en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende was ondernemer voor de omzetbelasting en kreeg voor de jaren 2010, 2011 en 2012 naheffingsaanslagen opgelegd wegens geconstateerde verschillen tussen de opgegeven en werkelijk betaalde voorbelasting. Deze aanslagen waren gebaseerd op een boekenonderzoek dat startte in 2013 en resulteerde in een definitief rapport in 2015.
Belanghebbende stelde dat de Inspecteur onvoldoende voortvarend had gehandeld en termijnen had overschreden, waardoor de naheffingsaanslagen vernietigd moesten worden. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat de aanslagen binnen de wettelijke termijn van vijf jaar waren opgelegd en dat de jurisprudentie over verlengde navorderingstermijnen niet van toepassing was op de omzetbelasting.
In hoger beroep bevestigde het Hof deze beoordeling. Het stelde vast dat er geen sprake was van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel die tot vernietiging van de aanslagen zou leiden. Ook het feit dat het conceptcontrolerapport niet was toegezonden, had belanghebbende niet in zijn verdediging geschaad. De Inspecteur had bovendien uit coulance de boetes laten vervallen en de rente verlaagd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen omzetbelasting worden bevestigd.