Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 15 mei 2018
[appellant] ,
[geïntimeerde] ,
Het verdere verloop van het geding
De verdere beoordeling van het hoger beroep
grief 1verworpen.
grief 6, volgens welke de rechtbank ten onrechte heeft vastgesteld dat op 15 februari 2010 een verjaringstermijn is gaan lopen. [appellant] verzoekt het hof om terug te komen op zijn overwegingen, ook als die zouden zijn te beschouwen als bindende eindbeslissingen.
grieven 7, 8 en 9. Ook is nog niets beslist over de vraag of [geïntimeerde] gehouden was zorg te dragen voor aanvulling van een tekort van de Stichting (zoals aan de orde komt bij de
grieven 6, 8, 9 en 10), waarna [appellant] door de Stichting zou kunnen worden voldaan.
grieven 7, 8 en 9) dat op [geïntimeerde] op grond van de Boekhoudverordening 1998 en art. 6 van Pro de daarbij als bijlage b behorende modelovereenkomst een (doorlopende) verplichting tot aanvulling rustte, heeft het hof opgemerkt dat partijen miskenden dat de Boekhoudverordening 1998 en de modelovereenkomst met ingang van 1 september 2000 zijn gewijzigd en heeft het hof partijen gelegenheid geboden zich daarover uit te laten.
grieven 7 tot en met 9.
grieven 8 en 10bestreden oordeel van de rechtbank (r.o. 4.14 en 4.17) dat [geïntimeerde] vanaf 25 januari 2013 [appellant] niet meer hoefde te beschouwen als schuldeiser van de Stichting, omdat diens vordering tot uitbetaling op grond van art. 3:307 BW Pro toen was verjaard. Jegens de Stichting kon [appellant] ook na 25 januari 2013 nog aanspraak maken op uitbetaling van € 36.000 (met rente), indien ten minste – zoals het hof veronderstellenderwijs heeft aangenomen – de onttrekking van dat bedrag door [X] zonder zijn instemming had plaatsgevonden. In zoverre slagen de
grieven 8 en 10derhalve.
jegens de cliënt aansprakelijkis”, Kamerstukken II, 1993/94, 23 706, nr. 3, p. 33; cursivering toegevoegd, hof).
Beslissing
- laat [geïntimeerde] toe te bewijzen als in rechtsoverweging 24 overwogen;
- bepaalt dat, indien [geïntimeerde] getuigen wil doen horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te
- bepaalt dat, indien één der partijen binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen en de te horen getuigen in de maanden juli tot en met september van 2018, opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de getuigenverhoren zal vaststellen;
- bepaalt dat de namen en woonplaatsen van de getuigen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier worden opgegeven.
- verstaat dat het hof reeds beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat overlegging daarvan voor het getuigenverhoor niet nodig is;
- houdt iedere verdere beslissing aan.