In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen een vonnis waarin de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis had geschorst onder een moratorium ex artikel 287b Faillissementswet. De verhuurder, Maasdelta, wilde de woning ontruimen wegens niet-tijdige huurbetalingen, terwijl de huurders onder het moratorium vielen.
Het hof stelde vast dat het moratorium een voorwaardelijk karakter heeft en geldt zolang de lopende huur tijdig wordt voldaan. Niet-tijdige betaling leidt niet automatisch tot verval van het moratorium. De verhuurder moet eerst de huurovereenkomst opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn. Pas bij weigering van de huurder kan de verhuurder naar de rechter stappen.
De voorzieningenrechter had terecht geoordeeld dat Maasdelta misbruik van recht pleegde door zonder opzegging tot executie van het ontruimingsvonnis over te gaan. Het hof bekrachtigde het vonnis van 17 mei 2016 en veroordeelde Maasdelta in de proceskosten. De overige grieven werden niet behandeld wegens gebrek aan belang.