ECLI:NL:GHDHA:2017:4290
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.P.C.M. Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens te late instelling ondanks kennis zitting
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld door de kantonrechter. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in, maar dit gebeurde pas op 20 december 2016, terwijl de oproeping voor de zitting van 9 november 2016 reeds op 13 september 2016 persoonlijk was uitgereikt.
De raadsman van de verdachte voerde aan dat er geen Roemeense vertaling van de dagvaarding was verstrekt, waardoor de verdachte niet op de hoogte was van de zitting. Het hof overwoog echter dat de raadsman en zijn kantoorgenote de Roemeense taal beheersen en dat de verdachte voorafgaand aan de zitting contact had met zijn advocaat, waardoor hij op de hoogte was van de zitting.
Het hof stelde vast dat de verdachte en zijn advocaat bewust hadden gekozen om niet te verschijnen en dat zij nalieten om tijdig te informeren naar de voortgang van de zaak. Hierdoor was het hoger beroep te laat ingesteld en werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late instelling ondanks kennis van de zitting.