ECLI:NL:GHDHA:2017:4109
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis schuldsaneringsregeling wegens niet-handhaving verzoek
Appellant diende gelijktijdig een verzoek in tot instemming met een schuldregeling en tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees het verzoek tot instemming af, maar verklaarde de schuldsaneringsregeling van toepassing. Appellant was niet bijgestaan door zijn schuldbemiddelaar tijdens de zitting, waardoor hij niet adequaat zijn belangen kon behartigen.
Volgens artikel 287a lid 7 Fw moet de rechter nagaan of de schuldenaar het verzoek tot schuldsanering handhaaft indien het verzoek tot schuldregeling wordt afgewezen. Dit is niet gebeurd. Het hof oordeelt dat appellant zijn verzoek niet heeft gehandhaafd en dat dit een uitzondering vormt op het appelverbod van artikel 292 Fw Pro.
Daarom vernietigt het hof het vonnis en acht de schuldsaneringsregeling niet van toepassing op appellant. Dit arrest benadrukt het belang van het expliciet vragen naar handhaving van het verzoek in de procedure.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis omdat appellant zijn verzoek tot schuldsaneringsregeling niet heeft gehandhaafd.