ECLI:NL:GHDHA:2017:4091
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellant heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van jaarstukken en een recent uittreksel van de Kamer van Koophandel. In hoger beroep heeft appellant deze stukken alsnog overgelegd, waardoor hij ontvankelijk werd verklaard.
Het hof heeft vervolgens beoordeeld of appellant te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Uit de feiten bleek dat appellant onder meer een boete had opgelegd gekregen wegens het invoeren van rooktabak zonder aangifte bij de douane, en dat hij een schuld aan de Belastingdienst had laten ontstaan door niet nagekomen belastingverplichtingen. Deze schulden werden niet als te goeder trouw ontstaan beoordeeld.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Het hof achtte de verwijtbaarheid en omvang van de schulden, met name de boetes en belastingschulden, zodanig dat toepassing van de regeling niet gerechtvaardigd was.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw.