Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[de verdachte],
BESLISSING
vernietigt het bestreden vonnis en doet opnieuw recht:
Openbaar Ministerieter zake van het ten laste gelegde
ontvankelijk in de vervolging van de verdachte;
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie centraal, nadat de rechtbank het OM niet-ontvankelijk had verklaard op grond van artikel 69 Sr Pro, omdat werd aangenomen dat de verdachte was overleden. Het hof oordeelde dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de verdachte daadwerkelijk was overleden, mede gezien het ontbreken van een lichaam en de bijzondere omstandigheden rondom het vermeende overlijden in een oorlogsgebied.
Het hof baseerde zich op civiele criteria voor het vaststellen van overlijden, maar stelde dat in het strafrecht zwaardere eisen gelden vanwege het belang van het vervolgingsrecht. De verdachte was sinds augustus 2014 vertrokken naar Irak en er waren berichten en video's die duidden op een martelaarsdood, maar objectieve en verifieerbare gegevens ontbraken om het overlijden definitief vast te stellen.
De verdediging betoogde dat bevestiging van het overlijden wenselijk was om spookprocessen te voorkomen, maar het hof vond dat zolang het overlijden niet met zekerheid vaststaat, het vervolgingsrecht niet vervalt. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het OM ontvankelijk en verwees de zaak terug naar de rechtbank Den Haag voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging en wijst de zaak terug naar de rechtbank.