Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 10 oktober 2017
Stichting Antes,
[naam],
Het verdere verloop van het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“4.3 De vraag is dan, aan wie het te wijten is dat er geen gesprek over concrete afspraken over de re-integratie van eiser heeft kunnen plaatsvinden. De kantonrechter is van oordeel dat hierbij de verantwoordelijkheid primair bij gedaagde ligt. In de eerste plaats gaat het hier om het, door gedaagde als zodanig erkende, recht van de werknemer om zich bij gesprekken als de onderhavige te laten bijstaan door een derde. Dit biedt de werknemer in kwestie in beginsel, binnen de grenzen van het betamelijke, een vrije keus voor wat de persoon van zijn begeleider betreft, welk recht de werkgever niet zonder redelijke grond mag inperken. Het hebben van een conflict met de beoogd begeleider levert op zichtzelf onvoldoende grond op voor de werkgever om de aanwezigheid van die begeleider bij een gesprek met de werknemer te weigeren, zeker als, zoals hier, dat conflict geheel los staat van het onderwerp van het gesprek. Dat hier sprake is van een zodanig ernstig conflict tussen gedaagde en [de zaakwaarnemer], dat van gedaagde in redelijkheid niet gevergd kan worden ermee in te stemmen dat hij bij gesprekken met eiser aanwezig is, is onvoldoende gebleken. Van een organisatie als die van gedaagde, met meer dan tweeduizend medewerkers, mag verwacht worden dat zij op een professionele manier met een kwestie als deze omgaat en geen belemmeringen opwerpt voor een soepel re-integratietraject. Dat had zij kunnen doen door personen af te vaardigen voor het gesprek die niet persoonlijk of direct zijn betrokken bij het conflict met [de zaakwaarnemer] of door aan zijn deelname aan het gesprekvoorwaarden te stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van de in acht te nemen discretie en geheimhouding, en de daarover te maken afspraken in een schriftelijke overeenkomst vast te leggen en deze te bekrachtigen door op overtreding daarvan een substantiële boete te stellen.”