Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
of omstreeks1 april 2016 te Rotterdam openlijk, te weten
op of aan de openbare weg, Oude Watering (nummer 274), in elk geval op of aan een openbare weg en/ofvoor
het publiek toegankelijke plaats ofin een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten in een cafetaria, ([bedrijf]), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij 1], welk geweld bestond uit het meermalen
, althans eenmaal
op/tegen het lichaam duwen en
/of
op/tegen het lichaam
slaan/stompen en
/of schoppen/trappen en
/of
(een)voorwerp
(en
)gooien
/werpen op/tegen het lichaam;
of omstreeks1 april 2016 te Rotterdam openlijk, te weten
op of aan de openbare weg, Oude Watering (nummer 274), in elk geval op of aan een openbare weg en/of voor het publiek toegankelijke plaats ofin een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten in een cafetaria, ([bedrijf]), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (onder andere) een toonbank en
/ofeen koffiezetapparaa
at en
/of een of meerschalen en
/of een of meerbo
orden
, althans inboedel, althans een of meer voorwerpen en/of etenswarentoebehorend aan [bedrijf] en
/of[benadeelde partij 2], welk geweld bestond uit
op/tegen de toonbank en
/of
/werpenmet
een of meervoorwerpen en
/ofetenswaren.
de voortgezette handeling van
1.
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
en
2.
openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.
taakstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
90 (negentig) dagen hechtenis.
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
€ 2.741,16 (tweeduizend zevenhonderdeenenveertig euro en zestien cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 2.741,16 (tweeduizend zevenhonderdeenenveertig euro en zestien cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
37 (zevenendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.