ECLI:NL:GHDHA:2017:3601
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie na beëindiging dienstverband man en beoordeling draagkracht en behoefte vrouw
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep in een zaak over partneralimentatie tussen een vrouw en man na hun echtscheiding. De vrouw vorderde vernietiging van een eerdere beschikking waarin de alimentatie aanzienlijk was verlaagd. De man was sinds eind 2015 werkloos en ontving een WW-uitkering, wat leidde tot een verzoek tot verlaging van zijn alimentatieverplichting.
Het hof bevestigde dat het dienstverband van de man was geëindigd en dat hij sindsdien een WW-uitkering ontving. De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op circa €1175 netto per maand, waarvan haar eigen inkomen van €920 werd afgetrokken, resulterend in een aanvullende behoefte van €255. De vrouw werd geacht op termijn in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, mede gezien haar herstel en de meerderjarigheid van hun kind.
De draagkracht van de man werd berekend voor 2016, 2017 en 2018, rekening houdend met WW-uitkering, parttime inkomen, hypotheeklasten en extra onderhoudskosten. Het hof bepaalde een gefaseerde alimentatie van respectievelijk €125, €38 en €69 bruto per maand voor de genoemde jaren, met een nihilstelling per 1 juli 2018. De vrouw hoeft teveel ontvangen alimentatie niet terug te betalen. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelt de partneralimentatie gefaseerd vast en wijst de alimentatie per 1 juli 2018 toe op nihil.