Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- op 29 november 2016 een V-formulier van 28 november 2016 met bijlage;
- op 14 juli 2017 een brief van 13 juli 2017 met bijlagen;
Gerechtshof Den Haag
Het huwelijk van partijen werd op 24 maart 2014 ontbonden en er werd een alimentatieverplichting vastgesteld: €780 voor kinderalimentatie en €458 voor partneralimentatie. De man verzocht het hof om deze alimentaties geheel of gedeeltelijk te laten vervallen wegens gewijzigde omstandigheden, waaronder pensionering, ziekte en emigratie.
De vrouw betwistte de wijziging en stelde dat de man zijn financiële situatie onvoldoende had onderbouwd. Het hof stelde vast dat de man zijn stelplicht niet had voldaan, mede door het ontbreken van relevante financiële stukken, inconsistenties in jaarstukken en het niet overleggen van belastingaangiften.
Het hof overwoog dat het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd niet automatisch leidt tot wijziging van alimentatie en dat de vrouw voldoende inspanningen had verricht om in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Gezien het ontbreken van bewijs van een relevante wijziging van omstandigheden wees het hof het verzoek van de man af en bekrachtigde de eerdere beschikking.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van kinder- en partneralimentatie af en bekrachtigt de eerdere beschikking.