Uitspraak
[verdachte],
schorsthierop het onderzoek
voor onbepaalde tijd;
verzoekt de advocaat-generaal het dossier te completeren;
de oproepingvan de
verdachteen de
benadeelde partijenvoor de nadere terechtzitting;
Gerechtshof Den Haag
De verdachte verzocht het gerechtshof Den Haag om zijn strafzaak te verwijzen naar een ander gerechtshof. Hij baseerde dit verzoek op twee gronden: ten eerste had hij aangifte gedaan tegen een raadsheer van het gerechtshof Den Haag, en ten tweede was hij voormalig advocaat in het arrondissement Den Haag, waar hij ook bij de rechtbank en het gerechtshof had opgetreden.
Het gerechtshof overwoog dat de enkele omstandigheid dat de verdachte aangifte had gedaan tegen een raadsheer die werkzaam was in een andere sector van het gerechtshof, geen zodanige betrokkenheid van het gerechtshof opleverde die een verwijzing rechtvaardigde. Daarnaast stelde het hof dat het feit dat de verdachte zeven jaar geleden als advocaat in het arrondissement Den Haag had geopereerd, zonder lopende zaken, ook geen reden was voor verwijzing.
Het hof baseerde zijn oordeel op artikel 62b van de Wet op de Rechterlijke Organisatie, dat verwijzing mogelijk maakt indien sprake is van betrokkenheid van het gerechtshof. Het verzoek werd daarom afgewezen en het onderzoek werd geschorst voor onbepaalde tijd om het dossier te completeren. De advocaat-generaal werd verzocht het dossier aan te vullen en de zaak werd voorbereid voor een nadere terechtzitting.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het verzoek tot verwijzing naar een ander gerechtshof af en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd.