Uitspraak
uitspraak van 12 juli 2017
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, de Inspecteur,
Loop van het geding in hoger beroep
Vaststaande feiten
€ 502
€ 3.582
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende was bestuurder en aandeelhouder van meerdere BV's en werd geconfronteerd met aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2010. Na het niet indienen van de aangifte stelde de Inspecteur ambtshalve aanslagen vast en legde een verzuimboete op. Tevens werd een navorderingsaanslag opgelegd na onderzoek waarbij correcties werden aangebracht op het belastbaar inkomen, waaronder looncorrecties en bijtelling privégebruik auto.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslagen en boete, maar deze werden door de Inspecteur en rechtbank afgewezen. In hoger beroep betwistte belanghebbende de juistheid van de navorderingsaanslag, de weigering van ambtshalve vermindering en de boete. Het Hof oordeelde dat belanghebbende geen geldige aangifte had gedaan en onvoldoende bewijs had geleverd tegen de correcties en bijtelling privégebruik auto. De Inspecteur had het belastbaar inkomen redelijk geschat op basis van het strafrechtelijk onderzoek en controlerapporten.
Het Hof bevestigde dat de verzuimboete terecht was opgelegd vanwege het niet tijdig doen van aangifte, en dat de hoogte van de boete passend was. Ook werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor de procedure niet was overschreden, zodat geen schadevergoeding werd toegekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de belastingaanslagen, weigert ambtshalve vermindering en handhaaft de verzuimboete wegens het niet doen van aangifte over 2010.