Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 16 mei 2017 (bij vervroeging)
Axa Belgium N.V.,
1. Reaal Schadeverzekeringen N.V.,
2. [geïntimeerde 2],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Zoals u weet is het arrest van het Hof te Den Bosch inmiddels onherroepelijk geworden. Wij hebben, in overleg, besloten geen cassatie in te stellen.
In bovengenoemde zaak bericht ik u dat ik inmiddels de in afschrift bijgevoegde fax van de wederpartij ([het glastuinbouwbedrijf], hof
) ontving. (…)
Ik laat u ingesloten een kopie geworden van volgende stukken:
Een schadebegroting van de partij [het glastuinbouwbedrijf] (raadsman Mr. van Schaick (…) )
De begeleide brief van Mr. van Schaick aan Mr. Knijp (raadsman van [geïntimeerde 2])
Een kopie van de brief van Mr. Knijp aan onze Nederlandse correspondent Mr. Bierbooms van 27 september 2005
Een brief van Mr. Bierbooms aan uw verzekerde [naam Belgische firma]
Een brief van Mr. Bierbooms aan mij van 28 september 2005.
(…) Een andere vraag die nu voorligt is wat partijen met de vrijwaringszaak zullen doen. Ik heb aan Mr. Knijp voorgesteld om de aansprakelijkheid jegens [het glastuinbouwbedrijf] tussen [geïntimeerde 2] en [naam Belgische firma] in gelijke delen (50% - 50%) te verdelen. Indien u dat wenst kan ik u nader inlichten over de redenen waarom dit mijns inziens een goed voorstel is. Indien u met een dergelijke verdeling instemt en ook (de verzekeraar van) [geïntimeerde 2] daarmee instemt betekent het dat de vrijwaringszaak kan worden ingetrokken en alle energie verder gericht kan worden op de hoofdzaak, het bestrijden van de door [het glastuinbouwbedrijf] geclaimde schade. (…)
Naar aanleiding van uw brief van 26 april 2006 kan ik u berichten dat AXA Belgium ook in geval van gerechtelijke afwikkeling kan instemmen met een regeling waarin de aansprakelijkheid jegens [het glastuinbouwbedrijf] tussen [geïntimeerde 2] enerzijds en [naam Belgische firma] anderzijds op basis van 50% - 50% wordt verdeeld.”
50% van de veroordeling overtreft ruimschoots het bedrag waarvoor [naam Belgische firma] bij AXA-België is verzekerd (te weten: € 125.000);
Toen AXA-België haar toezegging deed, was sprake van een schade die onder het verzekerd bedrag bleef;
AXA-België heeft zich nimmer bereid verklaard om meer dan het verzekerd bedrag te voldoen;
Het vonnis dat thans voorligt is geen uitspraak in hoogste instantie;
Volgens uw analyse van het geschil is een procedure in hoger beroep bepaald niet kansloos;
Indien thans tot betaling van 50% van de veroordeling wordt overgegaan, bestaat het risico dat geen verhaalsmogelijkheden meer bestaan in het geval dat het hoger beroep gunstig mocht uitpakken.
(…)
(…)
nietom een rechtsvordering tot vergoeding van schade. Weliswaar is in het onderliggende geschil tussen [het glastuinbouwbedrijf] enerzijds en [geïntimeerde 2] en [naam Belgische firma] anderzijds sprake van een vordering tot schadevergoeding van [het glastuinbouwbedrijf] op [geïntimeerde 2] en [naam Belgische firma], maar dat betekent niet dat ook de vaststellingsovereenkomst (die betrekking heeft op het vaststellen van de onderlinge bijdrageplicht van Reaal c.s. enerzijds en Axa Belgium anderzijds) door het verjaringsregime van artikel 3:310 BW Pro wordt bestreken. Voor zover de grieven van een andere opvatting uitgaan, falen deze.
ook in geval van gerechtelijke afwikkeling”. Bij die stand van zaken ligt redelijkerwijs voor de hand dat opeising door Reaal c.s. van het aandeel van Axa Belgium in de schade niet aanstonds zou plaatsvinden; de omvang van de (tussen partijen te verdelen) schade was immers onderwerp van een kort daarvoor aangevangen procedure. Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat van opeisbaarheid geen sprake was voordat de omvang van de aan [het glastuinbouwbedrijf] te betalen schadevergoeding vaststond. Axa heeft niet betwist dat daarvan pas sprake was op 12 augustus 2009. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat van verjaring op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding in deze procedure op 13 juni 2014 nog geen sprake was.
aansprakelijkheidjegens [het glastuinbouwbedrijf] tussen [geïntimeerde 2] en [naam Belgische firma], maar houdt deze overeenkomst niet in dat Axa Belgium kan worden gehouden om meer te betalen dan de verzekerde som. Uit de tekst van de brief van 8 mei 2006 volgt dat de instemming van Axa Belgium slechts betrekking had op haar positie als verzekeraar, voor zover zij daarbij betrokken was. Daarbij is nog van belang dat mr. Snijders niet de belangen behartigde van Axa Belgium, maar enkel die van [naam Belgische firma]. Het is in verzekeringsland een algemeen bekend feit dat geen dekking wordt geboden boven de dekkingslimiet. Reaal, destijds onderdeel van hetzelfde concern als Axa Belgium, had eenvoudig op de hoogte kunnen geraken van de dekkingslimiet van de polis van [naam Belgische firma]; het feit dat er een dekkingslimiet geldt is bovendien een vaststaand gegeven zodat Reaal daarop bedacht moest zijn en navraag had kunnen en moeten doen naar de omvang van de dekking van [naam Belgische firma], aldus Axa Belgium.
Beslissing
- vernietigt het bestreden vonnis van de rechtbank Den Haag van 2 december 2015, voor zover het gaat om de onder 5.2 van het dictum uitgesproken betalingsveroordeling en opnieuw rechtdoende, veroordeelt Axa Belgium om aan Reaal c.s. te betalen een bedrag van € 789.189,90, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro als weergegeven in rov. 5.22 hierboven;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt Axa Belgium in de kosten van het principale in incidentele appel, aan de zijde van Reaal c.s. tot op heden begroot op € 20.793,-;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.