ECLI:NL:GHDHA:2017:2302
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en verlening schone lei in schuldsaneringsregeling
Appellanten waren onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die bij vonnis van 14 juli 2011 werd vastgesteld en later verlengd tot 14 juli 2016. De rechtbank had op 13 april 2017 de schone lei aan appellanten onthouden wegens het ontstaan van een belastingschuld en tekortkomingen van de bewindvoerder.
Appellanten gingen in hoger beroep en stelden dat de belastingschuld voortkwam uit een ten onrechte ontvangen voorlopige teruggaaf hypotheekrente, die zij direct aan de boedel hadden overgemaakt. Tevens was er een betalingsregeling getroffen met de Belastingdienst. De bewindvoerder bevestigde dat de bedragen conform de regeling aan de boedel waren afgedragen en stelde dat appellanten niet konden worden verweten nieuwe schuld te hebben gemaakt.
Het hof oordeelde dat geen sprake was van tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen en vernietigde het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van de beslissingen omtrent het salaris van de bewindvoerder. De schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met toekenning van de schone lei, waarbij de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen zijn geëindigd per 14 juli 2016.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verleent appellanten de schone lei, waarmee de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd.