Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 7 februari 2017 (bij vervroeging)
Gemeente Rijswijk,
1. Modulus Projectontwikkeling B.V. ,
2. Modulus Vastgoedondernemingen B.V. ,
3. Modulus Beheer B.V.,
4. [geïntimeerde 4]
5. [geïntimeerde 5]
6. [geïntimeerde 6]
7. [geïntimeerde 7]
Het geding
De feiten
Herrekening koopprijs”:
Het geding in eerste aanleg
Beoordeling van het hoger beroep
NJ2001, 233, Canters/Buchtal).
“In (…) een gesprek met Modulus kwam ter sprake een gevoelig bouwplan voor de Colijnlaan dat mijn voorganger en het college hadden geaccepteerd maar dat ik van tafel wilde hebben omdat er onvoldoende draagvlak voor was in de buurt.”. De gemeente stelt evenwel dat tijdens die besprekingen niet is afgesproken dat als compensatie de herrekeningsclausule met betrekking tot het perceel Lange Kleiweg zou vervallen. Als bewijs hiervoor verwijst de gemeente naar de getuigenverklaringen van [de wethouder] en [hoofd Grondzaken] , die beiden, kort weergegeven, hebben verklaard dat tijdens de besprekingen met [geïntimeerde 6] en [geïntimeerde 7] zelfs in het geheel niet is gesproken over het vervallen van de herrekeningsclausule, laat staan dat dat daarover afspraken zijn gemaakt. Zo verklaart [de wethouder] :
“Ik heb nooit met Modulus gesproken over een aanpassing van de herrekeningsclausule die in de koopovereenkomst ten aanzien van de Lange Kleiweg stond. Ik heb geen idee hoe dat idee bij Modulus kon ontstaan.”. En [hoofd Grondzaken] heeft als getuige verklaard:
“Niemand van Modulus heeft er met mij over gesproken. Ik heb anderen er ook niet over horen praten en ik heb echt geen idee hoe bij Modulus het idee kan zijn ontstaan dat er wel een van de koopovereenkomst afwijkende afspraak is gemaakt.”.
“Ik heb tegen [de wethouder] gezegd iets in de trant van: ‘Afspraak met de gemeente in 2001 was de koop van de oude bibliotheeklocatie, de koop van de locatie Lange Kleiweg en de toezegging dat we op die eerste locatie woningen mochten bouwen. Daarbij hebben we flinke investeringen gedaan. Nu willen jullie dat we dit alles terugdraaien.’ (…) [de wethouder] heeft voorgesteld om de herrekeningsclausule die in 2001 was overeengekomen, door te strepen, waarbij wij op onze beurt de schadeclaim vanwege de gedane investeringen en gederfde winst zouden laten vallen. (…) Deze afspraak is tijdens de bijeenkomst bij [de wethouder] op de kamer met een handdruk bevestigd. (…) [de wethouder] heeft tijdens het gesprek geen enkel voorbehoud gemaakt en ook niet gezegd dat hij met iemand moest overleggen. (…) Afspraak was dat [hoofd Grondzaken] en ik de notaris zouden instrueren in verband met de op te maken leveringsakte. Ik heb de notaris, Blomaard, vlak na het gesprek [met] [de wethouder] gebeld en hem op de hoogte gebracht van de gemaakte afspraak.”[geïntimeerde 7] heeft als getuige over de bespreking met [hoofd Grondzaken] en [de wethouder] als volgt verklaard:
“Wij hebben gezegd dat we bereid waren het bouwplan in te trekken, maar dat we wel graag gecompenseerd wilden worden. (…) Van onze kant is toen voorgesteld om de herrekeningsclausule zoals die in de koopovereenkomst met de Lange Kleiweg stond te schrappen. Of [hoofd Grondzaken] of [de wethouder] zei toen dat dat een plausibel verhaal zou zijn, en een oplossing voor het probleem. (…) Tijdens diezelfde bijeenkomst is besproken dat [geïntimeerde 6] en [hoofd Grondzaken] contact zouden opnemen met de notaris voor nadere uitwerking. (…) Er is met geen woord gerept over een eventueel te nemen collegebesluit. Ik zat daar met een hoge ambtenaar en de portefeuillewethouder, die in mijn ogen verantwoordelijk was voor grond- en bouwzaken. Ik ging ervan uit dat zij bevoegd waren.”.